Skip to content

Biografie

(Utrecht 1921-Nijmegen 2003)

Op 9 januari 1921 schonk mijn moeder Jacoba Elling mij het levenslicht. Aangezien het zondag was, verbleef ook mijn vader Piet van Beek - die dag en nacht werkte - thuis.
Dankzij mijn status als zondagskind plus aanroepingen der heiligen overleefde ik
dodelijke kinderziektes plus op latere leeftijd dwaze en beangstigende avonturen.

Marius van Beek begon na de bevrijding in 1945 als klassiek, figuratief beeldhouwer te werken in klei, brons en steen. In het begin koos hij zijn thema’s uit zijn katholieke achtergrond en de klassieke oudheid. Later kwamen ook andere onderwerpen aan bod en gebruikte hij materialen als hout, jute en ijzer. Hij maakte ook abstracte beelden. De laatste jaren van zijn leven hakte hij veel in albast steen.

Zijn beeldhouwwerk is geruime tijd bepaald door het werken in steengroeven. Het proces van het loswroeten van de steen uit de aardkorst leidde tot toevallige breukvlakken, waar nieuwe vormen uit ontstonden.

Ik houd van vormen, die door de natuur gestreeld zijn in beken, watervallen, of in Afrika zelfs door de wind bepaald. Het is een plastische vorm, die je na wilt voelen. Het is ook prachtig om te zien hoe keien aan het strand rond worden door de branding’.

Van Beek zat in de Tweede Wereldoorlog in het gewapende verzet. Het Polizei Standesgericht veroordeelde hem bij verstek; hij wist uit handen van de bezetter te blijven. Enige tijd zat hij ondergedoken bij de beeldhouwer Pieter d’Hont te Utrecht, tevens zijn leermeester. Het verzet is een terugkerend thema in zijn werk, waarvan de belangrijkste het Jan van Hoof monument bij de Waalbrug in Nijmegen, het Doel van Santiago de Chili en het Bezinningsmonument in Amsterdam-noord.

In zijn verkenningen van de mogelijkheden en de betoveringen van de beeldhouwkunst gaat Marius verder. Hij beseft dat het vak tijdloos is, maar dat je er ook je agressie kwijt kunt, dat wil zeggen het onrecht dat onze tijd de wereld aandoet. Dat besef maakt Marius tot een geëngageerde kunstenaar. De drang naar rechtvaardigheid, die hem aan het verzet deed deelnemen, krijgt in het werk van de kunstenaar de kans, gestalte aan te nemen, aldus Prof. Hans Jaffé in 1975.

In 1945 werd hij redacteur van het katholieke dagblad De Tijd. Naast het journalistieke werk volgde hij beeldhouwlessen aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. In 1967 werd hij docent beeldhouwen aan de Academie voor Kunst en Vormgeving te Den Bosch en aan de School voor de Journalistiek in Utrecht, waar hij kunstkritiek onderwees.

Als ik engel was
Zou ik er plezier in hebben
de dingen duivelachtig te doen

nu ik besef duivels te zijn
is het aardig
om als engel te verschijnen

De kroon op het uiteenlopende opdracht-en vrije werk is de in 2002 onthulde Vredesengel in Bato’s wijk te Oosterbeek. De engel als figuur of symbool vormt steeds een inspiratie. Zo ook Tobias en de Engel (brons, 1962) in Arnhem en de Nikè (brons, 1982) bij de Raad van State, Den Haag.

Sinds 1959 woonde hij in Oosterbeek bij Arnhem. Hij ondernam diverse expedities: naar Egypte, Nubië en de Soudan in 1963, Mali, het Dogongebied in 1976 en naar Peru in 1979 voor de architectuur van de Inca’s,  waarvan de sporen van in zijn werk terug te vinden zijn (Poort van de zon, Arnhem).

Voor zijn dood (27-9-2003), richtte hij de stichting Marius van Beek op die zijn nalatenschap van atelier en collectie ontwerpen en beelden beheert.

Zo'n 90 beelden en reliëfs van zijn hand bevinden zich in de openbare ruimte in bijna alle Nederlandse provincies. Musea (onder meer Beelden aan Zee, Scheveningen en het Valkhof, Nijmegen en privéverzamelaars zijn in het bezit van zijn beeldhouwwerken. Het archief is ondergebracht bij het RKD in Den Haag.