|
De tastzin Interview met Marius van Beek: 'Vormen door de natuur gestreeld'. Op welke momenten gebruikt de beeldhouwer de tastzin? “Ik heb gemerkt, dat als je een oppervlak rond wilt hebben en je dus de steen polijst, je niet meer kunt zien waar de oneffenheden zitten, zoals een bobbel of een diepte, maar je dat wel kunt voelen. Wanneer je bij boetseren naar een detaillering toegaat, is het het strelen van de klei, terwijl het een koude, vochtige massa is. Het is klei strelen, zoals je een lichaam kunt betasten. Klei bouw je op; van een steen haal je af, je hakt het met verschillende instrumenten weg. Een beitel voelt anders aan op de steen dan een vijltje. Je wilt het materiaal boven zichzelf uit laten stijgen, zodat het juist niet meer klei of steen is. Je wilt alle materialen immaterialiseren en dat heeft met tasten te maken. Ik doe dat met de muis van mijn hand, niet met mijn vingers. De beeldhouwer John Rädeker zei: ‘Je moet ieder stukkie van je beeld heilig verklaren. Kijk maar naar de handeling van een vakman, die hout schaaft of een stuk ijzer bewerkt. Hij kijkt en strijkt over het materiaal als een definitieve handeling.” Wanneer je het ziet, voel je het dan ook? Kies je een materiaal om het tasten? Tasten, aftasten, is sensueel. Ik zag laatst nog in een Kröller Müller Museum polyesterbeelden van Sekine; het waren tot tastvorm geboetseerde klonterige vormen die een glanzende glooiing hadden. Lipchitz, ook een beeldhouwer, is op latere leeftijd was onder water gaan vormen zonder te zien. Hij wilde de verstandelijke correctie uitschakelen.” Wanneer gebruik je de tast bij het zien?
(NRC Handelsblad Cultureel Supplement 2-3-1979 – SvB) |