De tastzin

Interview met Marius van Beek: 'Vormen door de natuur gestreeld'.

Op welke momenten gebruikt de beeldhouwer de tastzin?
“Ik heb gemerkt, dat als je een oppervlak rond wilt hebben en je dus de steen polijst, je niet meer kunt zien waar de oneffenheden zitten, zoals een bobbel of een diepte, maar je dat wel kunt voelen. Wanneer je bij boetseren naar een detaillering toegaat, is het het strelen van de klei, terwijl het een koude, vochtige massa is. Het is klei strelen, zoals je een lichaam kunt betasten. Klei bouw je op; van een steen haal je af, je hakt het met verschillende instrumenten weg. Een beitel voelt anders aan op de steen dan een vijltje. Je wilt het materiaal boven zichzelf uit laten stijgen, zodat het juist niet meer klei of steen is. Je wilt alle materialen immaterialiseren en dat heeft met tasten te maken. Ik doe dat met de muis van mijn hand, niet met mijn vingers.

De beeldhouwer John Rädeker zei: ‘Je moet ieder stukkie van je beeld heilig verklaren. Kijk maar naar de handeling van een vakman, die hout schaaft of een stuk ijzer bewerkt. Hij kijkt en strijkt over het materiaal als een definitieve handeling.”

Wanneer je het ziet, voel je het dan ook?
“Bij het zien van een steen, kun je het voelen eigenlijk al zien, vooral bij gepolijste oppervlakken. Patine of patina is de naam voor de verkleuring door aantasting van de opperhuid. Je treft het ook op schilderijen aan, de ouderdomstint van verflagen. Ik heb bijvoorbeeld een beeldengroep staan in Arnhem zuid, waar kinderen spelen en vaak van de beelden afglijden: het is mooiere patina dan je ooit zou kunnen maken! Zo is de teen van St. Petrus van de beeldhouwer Donatello in de St. Pieterskerk in Rome afgekust en afgesleten. Ik kende iemand, die penningen maakte en er altijd eentje bij zich had om die penning telkens even in zijn handen te wrijven, een streling om patine te maken.”

Kies je een materiaal om het tasten?
“Je kiest niet een materiaal in het beeldhouwen op het betasten. Sommige materialen krijgen hun charme door de bewerking. De laatste tijd heb ik veel beelden gebakken. Ik poets ze dan meestal met boenwas op, wat je ook met leer doet, de bestreelbaarheid. Sommige materialen zijn apert irritant voor het tasten. Het gekke is dat je harde stenen veel streelbaarder kunt maken dan zachte. Naarmate een steen scherper afsplijt met harde breukkanten, kun je mooier polijsten. Puimsteen, een poreuze vulkanische steen, kun je nooit polijsten. Je koest graniet om gepolijst materiaal te krijgen.

Tasten, aftasten, is sensueel. Ik zag laatst nog in een Kröller Müller Museum polyesterbeelden van Sekine; het waren tot tastvorm geboetseerde klonterige vormen die een glanzende glooiing hadden. Lipchitz, ook een beeldhouwer, is op latere leeftijd was onder water gaan vormen zonder te zien. Hij wilde de verstandelijke correctie uitschakelen.”

Wanneer gebruik je de tast bij het zien?
“Ik houd van vormen, die door de natuur gestreeld zijn: in beken, watervallen, of in Afrika zelfs door de wind bepaald. Het is een plastische vorm, die je na wilt voelen. Het is ook prachtig te zien hoe keien aan het strand rond worden door de branding.”

(NRC Handelsblad Cultureel Supplement 2-3-1979 – SvB)