Vraag & antwoord

In de kijkwijzer noemen we verschillende aspecten van een beeld met een serie vragen.
De leerkracht maakt een keuze welk(e) aspect(en) hij of zij met de leerlingen behandelt naar leeftijd en het niveau van de leerlingen.
Sommige vragen & antwoorden worden door de leerlingen samen met docent en begeleider op de locatie behandeld en zichtbaar gemaakt.  

1. De eerste indruk
Wat valt je op aan het beeld?

Het totaal, of een bepaald detail?
Waardoor valt het op, door wat het voorstelt, of door de manier waarop het is gemaakt? Doet het je ergens aan denken, wat bijvoorbeeld?

2. Het onderwerp

Wat stelt het beeld volgens jou voor?
 

3. De plaatsing

Staat het beeld hoog of laag?
Het staat op een sokkel.

Waar moet je gaan staan om het zo goed mogelijk te kunnen bekijken?

Denk je dat het zomaar op deze plek staat of zou er een speciale reden voor zijn?
 

4. De vorm
Hoe groot is het beeld, hoe breed?
Zie je één vorm of is het uit meer vormen samengesteld?

Zie je dezelfde vormen op verschillende plaatsen (herhaling, ritme), zijn ze heel verschillend (contrast)?
Rond of hoekig?

Kun je ergens door het beeld heen kijken?
Heeft
het beeld een duidelijke richting of meer richtingen?
Beeldhouwwerken zijn zwaar, maar ze kunnen er toch licht uitzien.
Lijkt dit beeld zwaar of licht?
 

5. Het materiaal/de techniek

Van welk materiaal is het beeld gemaakt? (Klei, gips, brons).
Hoe is het gemaakt? Wat zou de kunstenaar eerst gebruikt hebben?  

6. De textuur, het oppervlak
Hoe ziet het oppervlak van het beeld er uit, hoe voelt het: glad, zacht, ruw, hobbelig, stekelig, fluwelig, hard?
Is de textuur, het oppervlak overal hetzelfde?
Wat heeft de maker met het beeld gedaan om het zo te kunnen krijgen? 

7. De kleur

Welke kleur heeft het?
Is dat de kleur van het materiaal, of is het geverfd?  

8. Het licht
Van welke kant valt er licht op het beeld?
Zie je op het beeld zelf schaduwplekken en lichtere plekken?

Is er ook een schaduw op de grond?
Welke vorm heeft die schaduw?
 

9. De expressie
De sfeer die een beeld uitstraalt noem je expressie. Is het vrolijk, eng? Of denk je bijv. aan kracht, snelheid, angst, liefde?
Misschien doet het denken aan iets dat je zelf hebt meegemaakt.
Of is het niet te zeggen wat het beeld uitdrukt.
Als het beeld een mens voorstelt, hoe staat, ligt of zit die dan?
Soms zijn er meer figuren in een beeld te zien.
Die hebben altijd iets met elkaar te maken, maar wat?

Kun je zo staan als het beeld? Wat merk je dan?
Hoe voelt het? Strak, stevig of juist ontspannen?
Vrolijk, opgewekt, somber?

Is er een gedeelte dat extra belangrijk is voor het beeld, welk?
 

10. Bedoeling van de beeldhouwer
Kun je zien waar het beeld voor gemaakt is?
Herinnert het aan iets?
Is het een beeld, een monument?
Wat zou de beeldhouwer met dit beeld willen vertellen, waar aan kun je dat zien?

Heeft het beeld een naam, een titel, vindt je dat die erbij past?
Waarom?
Kunstenaars vinden dat hun beelden precies zo moeten zijn als ze moeten zijn. Wat vind jij?  
Wat vind je van het beeld?