| Atelierbezoek
Splitsing van de groep in het geval van circa 25 à 30 leerlingen. Na een algemene inleiding van één van de drie begeleiders gaat een groep van circa 15 leerlingen met twee begeleiders in het atelier beeldjes maken. De andere groep van 15 leerlingen gaat de beelden bekijken in de gemeente met een begeleider. De activiteiten duren ieder zo’n 1 à 1 ½ uur. De groepen worden daarna gewisseld. Er zijn 3 begeleiders: Mila van Beek, Elma van Imhoff en Sandra van Beek. Er wordt een demonstratie gegeven van een kopje gieten in was. Het beeld wordt afgegoten in een vorm, een mal. Dit is een holle afdruk in gips of siliconen van een beeld.
De vorm is nodig om het beeld mee af te kunnen gieten in een ander duurzaam materiaal, zoals was, brons of polyester.
De begeleider legt uit hoe de zwarte was wordt bewerkt. Hij/zij duwt, knijpt en kneedt in de was met zijn handen en vingers om de was warm en zacht te laten worden om hiermee te kunnen boetseren of modelleren. De begeleider laat zien hoe het beeld met speciale gereedschappen zoals spatels wordt bewerkt om het een zacht oppervlak te geven, of het juist ruw te laten. In het atelier staat een lange tafel, waar aan gewerkt wordt. De begeleider geeft ze ieder een stuk zwarte was, waarmee ze kunnen spelen/kneden, laat zien hoe de was en klei gekneed wordt en vanzelf een vorm in kan zien, zoals van een dier en hoe een beeldje kan ontstaan, dat uniek is. De kinderen kunnen - wanneer de vorm van de steen zich daarvoor leent - deze namaken in was en/of een figuur of ding in beeld brengen wat ze er in zagen of zien, als associatie. |
||